maandag, november 30, 2020
Home Music House COLUMN: Een ode aan John Digweed / An Ode to John Digweed

COLUMN: Een ode aan John Digweed / An Ode to John Digweed

-

(English below: click here)

 

Met zijn progressieve house-geluid werd John Digweed medio jaren ‘90 een van de eerste echte dj-internationals. Twee decennia later is de Brit nog altijd relevant. Onze hoofdredacteur is groot fan van de uiterst saai ogende, maar geweldig draaiende dj, producer en labelbaas. Vaak stond hij al voor zijn neus, maar nog nooit trad ‘Diggers’ voor Mark zo dichtbij en in zijn beste klimaat (indoor) op als op vrijdag 16 september 2016. Naar aanleiding van Digweed’s set van 2,5 uur op Suono Culture in de Effenaar in Eindhoven, schreef hij vooraf een lofzang.

 

- Advertisement -

Bekentenis. Dat ik het prille begin van de houserevolutie heb meegemaakt, rond 1988, heb ik nogal eens met trots mogen vertellen. Maar waar is ook dat ik het een tijdje compleet kwijt was.

Dat was ergens vlak voor de millennium wende, rond 1998. Waarschijnlijk lag het deels aan mijzelf – een dolende student in een diffuse tijd. Vrienden haakten ook langzaam af, bij het uitgaan überhaupt.

Maar er was ook iets in de muziek wat me wegdreef van de elektronische dansmuziek. Waarin de dj Jean’s en Jurgens het over begonnen te nemen van de Remy’s en Dimitri’s.

House – ook de milde, vriendelijke ‘mellow’ variant die ik zo liefhad, werd opgevoerd en dichtgetimmerd. Roffels, climaxen en schreeuwerige samples namen het over – noem het een eerste variant van big room house of EDM. Dan heb ik het nog niet eens over de plastic danspop die eurodance heette (Vengaboys, 2Unlimited), destijds op zijn max.

Global Underground

Een paar jaar vond ik mijn heil in alternatieve pop- en rock. Bezocht 3 jaar achtereen Lowlands. De destijds heersende big beat en de techno die ik er hoorde was te gek, maar niet genoeg om me definitief terug de dansvloeren op de krijgen.

Dat lukte wel in 2000, nadat ik in een platenzaak in Tilburg gegrepen was door een magische, Britse sound. Mooie, melodieuze, gelaagde en minder voorspelbare en snelle dance, met een tikkeltje trancy karakter. Intelligentere house en techno, meer ondergrondse muziek maar ook weer niet te moeilijk en uiterst dansbaar.

Het was een label dat me de oren opende met, wat ik later begreep, progressive house: Global Underground. Daar was – heel ordinair, I confess – een prijsstunt voor nodig. ‘GU’ lanceerde destijds – marketingtechnisch heel slim – een serie mix-cd’s van tien gulden per stuk. Achtereenvolgens Departures (de rode cd-hoes), Destinations (de gele en in mijn ogen de beste) en Arrivals (de groene).

Te bleek, tikkeltje nerdy. Maar een sound waar ik al lang naar hunkerde

Die storytelling sprak ook enorm aan, gekoppeld aan artiesten van wie ik in de meeste gevallen nog nooit gehoord had maar die met deze sound inmiddels werelds aan het worden waren: Nick Warren, Dave Seaman, Sasha, James Holden.

Toen ik me verder ging verdiepen, ontdekte ik dat al die mannen ook nog mix-compilaties op eigen naam hadden op GU, ook weer gekoppeld aan wereldsteden. Danny Howells vond ik te gek, net als Sasha. En ‘GU006 – Sydney’ kwam van de hand van een man met een typisch Britse kop: iets te bleek, kleine oogjes, tikkeltje nerdy.

John Digweed was ’s mans (echte) naam. Geen poespas. En een sound waar ik onbewust al heel lang naar hunkerde. Ik was hooked.

Sasha Digweed
Sasha en Digweed, jaren ’90.

Renaissance

Digweed had in Groot-Brittannië al flink wat dansvloeren in beweging gebracht, ontdekte ik. Hij brak in 1993 door in club Renaissance, waar Sasha hem binnenhaalde. Hun gezamenlijke cd’s ‘Renaissance – The Mix Collection’ gelden als ijkpunten in de progressive house en techno, en zijn nog altijd houdbaar.

Ook samen met Sasha – pas sinds kort draaien ze weer heel af en toe samen – stond Digweed als een van de eerste Europese dj’s in club Twilo in New York.

En hij begon sterk te produceren. Immer samen met Nick Muir, met wie hij daarvoor ook het label Bedrock oprichtte. ‘For what you dream of’, bekend van lievelingsfilm Trainspotting, komt van hun hand.

In 2001, het jaar voordat Tiësto en, na hem, de andere Nederlandse trancekanonnen het stokje overnamen, stond Digweed zelfs nog bovenaan de DJ Mag Top 100. (De enige reden om die lijst nog enig krediet te geven)

Hij kan dansvloeren optillen. Maar gedoseerd, uiterst gecalculeerd

In Nederland waren mijn Britse helden aanvankelijk nauwelijks te zien of horen. Ik hield ‘Diggers’ agenda continu in de gaten, maar moest lang wachten voor ik hem eens live hoorde.

Inmiddels heb ik dat al vaak mogen meemaken, en de nog grotere magie ervaren. Hij kan dansvloeren optillen. Maar gedoseerd, uiterst gecalculeerd. Teasen en pleasen.

Ik zag hem in Café d’Anvers in Antwerpen, in Panama en tijdens zijn eigen Bedrock-avond (2x) tijdens ADE in de Melkweg in Amsterdam, en ook twee keer op Extrema Outdoor. Onvergetelijk hoe hij daar in 2010, in het bos van Aquabest in zijn eigen Bedrock-tent, afsloot met die verrassende, dikke breakbeat-track: de Boys Noize-remix van Chemical Brothers’ Swoon. Goosebumps.

De mooiste was toen ik in 2013 twee uur lang pal voor zijn neus stond te genieten in de Pacha op Ibiza, tijdens zijn eigen Insane-avond. Krankzinnig ja. Want indoor, in het donker, met licht en rook en zonder de ruis van lopende mensen, gedijt zijn sound het best.

John Digweed

A-typische dj

Zelf staat hij ook het liefst in het donker. Zijn persoon doet er niet toe. Maar voor mij heeft Digweed een enorm aantrekkelijke saaiheid. Het is denk ik het a-typische wat me zo in zijn voorkomen bevalt, moe als ik was van dj’s die meer met lichaamstaal aan het doen waren dan met de magie van muziek.

Zijn bleke gezicht steekt immer uit een zwart shirt. En ‘Diggers’ verroert geen vin. Door zijn typisch Britse, geknepen oogleden houdt hij het publiek continu scherp in de gaten. Maar een arm in de lucht of een kreet krijg je niet te zien. Hij deinst niet eens mee met zijn hoofd.

Alleen helemaal aan het eind van zijn set. Dan doet hij een kort applausje naar het publiek. Schuin langs het gezicht, half wegkijkend, als een voetballer die langs de tribune loopt.

“I often get stick for not smiling or showboating with the crowd but that’s just the way I am”, verantwoordde hij zichzelf onlangs in een interview. “I am totally focused on trying to think maybe three or four records ahead and working out how to get from one mood into another.”

Just the music dus. En die is dan ook goed. Goud goed. Universeel. Diggers is een meester in abstracte structuren bouwen, dansvloeren heel, tergend langzaam hongerig maken maar ze maar heel af en toe echt voederen. Maar dan is het ook maximaal:

https://www.youtube.com/watch?v=k7AxNJ4E5WM

Hij was en is een meester-spotter, nog altijd hongerig naar nieuwe, geluiden. Met ‘Transitions’, zijn radioshow, als bekendste etalage. Via dat kanaal heb ik al vele nieuwe mooie dj’s, tracks en sets mogen ontdekken. Zijn immense vinylcollectie bewaart de grootverzamelaar bij zijn moeder. En pas sinds een paar jaar heef hij de cd’s (volgekalkt in dikke mappen) verruild voor usb.

Bijna 25 jaar in the game en nog steeds relevant en steengoed. Keep digging deep, John!

 

Suono Culture presents John Digweed. Vrijdag 16 september, Effenaar Eindhoven. Met verder Ramon Tapia en Claudio. Meer info op de event-page.

Suono Culture Digweed

An Ode to John Digweed

With his progressive house sound, John Digweed was one of the first real dj internationals. Over 20 years later, he is still relevant. Editor-in-chief Mark van Bergen is a big fan of the dj, producer and label boss, who appears quite boring but plays brilliant. Often he stood in front of him, enjoying, but never ‘Diggers’ came as close to him in the dj’s best habitat (indoor) as on Friday September 16th 2017. Then Digweed played a 2,5 hour set at Suono Culture in de Effenaar in Eindhoven. In advance to this night Mark wrote him an ode.

A confession. That I witnessed the start of house music revolution in The Netherlands, around 1988, is something I proudly told for quite some times. But it’s also true that, for some years, I totally lost connection.

That was just before the start of the new millennium, around 1998. Probably this was partly because of myself – a student in a search, in a complex era. And some friends lost connection with nightlife anyway.

But there was something in the music as well, which drew me away from dance. A scene in which, in Holland, dj’s like Jean and Jurgen were taking over from early heroes like Remy and Dimitri.

House music, also the mild, friendly, ‘mellow’ genre which I loved so much, got more and more uptempo and stuffed up. Rolls, climaxes and blatant samples were taking over – you might just call it a first version of big room house or EDM.

Not even to mention the plastic dance pop sound which was called Eurodance (Vengaboys, 2Unlimited), at it’s max at that time.

Global Underground

For some years I found salvation in alternative pop and rock music (which I was listening for a long time too). Went to Lowlands festival, for 3 years in a row. Enjoyed the Big Beat and Techno I heard over there, but it didn’t pull me back to the dance floors.

That did happen in 2000, after I got caught by a magical, British sound in a record store in my hometown Tilburg. Beautiful, melodic, less predictable and less BPM’d dance music, with a touch of trance. Intelligent house and techno, more underground but, then again, not too difficult and still very danceable.

It was a record label that opened my ears with what was called, I found out later, progressive house: Global Underground. Price stunting was needed – I confess; ‘GU’ at that time released a series of mix cd’s of 10 Dutch guilders each – marketing wise very strong. In succession: Departures (with the red cd sleeve), Destinations (the yellow one and, in my view, the best of all) and Arrivals (green).

No hodgepodge. And a sound which I longed for for a long time

It was this storytelling which appealed to me very strongly as well. Linked to artists of who, in most cases, I had never heard before but who were yet getting global with their sound: Nick Warren, Dave Seaman, Sasha, James Holden.

Doing more research, I discovered these guys also had mix compilations on their own name at GU, again linked to cities all over the world. I liked Danny Howells a lot. And ‘GU006 – Sidney’, which came from a man with a typical British face: too pale, small eyes, a bit nerdy.

John Digweed was man’s (real) name. No hodgepodge. And a sound which I, unconsciously, longed for for a long time. I was hooked.

Sasha Digweed
Sasha and Digweed, mid nineties

Renaissance

Digweed had been rocking quite a few dancefloors in Britain, I found out. He broke through in club Renaissance in 1993, after Sasha asked him in. Their joint cd’s ‘Renaissance – The Mix Collection’ are milestones in Progressive House and Techno, and are still preservable.

Also together with Sasha – only since some months, the two are incidently joining forces behind the decks again – Digweed was one of the first European dj’s to have a residency in a US club, Twilo in New York.

He started producing strongly as well. Always joined by Nick Muir, with whom he started the Bedrock label. ‘For what you dream of’, known from one of my favorite movies Trainspotting, is made by them.

In 2001, the year before Tiësto and, after him, the other Dutch Trance-icons took over, Digweed was even in charge of the DJ Mag Top 100.

He can lift dancefloors. But dosed, very calculated

Unfortunately, my British heroes were rarely performing in Holland. I checked out Diggers’ tour agenda constantly, but had to wait for a long time before hearing him play live.

In the meantime, I experienced that many times, just as the even bigger magic. He can lift dancefloors. But dosed, very calculated. Teasing and pleasing.

I heard him play in Café d’Anvers in Antwerp, in Panama and during his own Bedrock-nights in Melkweg in Amsterdam at ADE, and twice at Extrema Outdoor festival. Unforgettable how he closed his set in his own Bedrock-area in the woods of the festival ground in 2010, with this fat breakbeat track: Chemical Brothers’ Swoon, in the Boys Noize-remix. Goosebumps.

Best of all was when I stood in front of him in Pacha, Ibiza, in 2013, during his Insane night. Insane indeed. Because indoor in the club, in the dark, with the lights and smoke and without the buzz of walking people, his sound does best.

John Digweed

A-typical

He prefers standing in the dark himself, too. His person doesn’t mind, he thinks. But to me, Digweed has an attractive dullness. I think it’s the a-typical character which pleases me, fed up as I got of all the dj’s who are performing more with body language than with music’s magic.

His pale face always sticks out of a black T-shirt. And Diggers doesn’t move a foot. Through his typical British, pinched eyes, he does keep a close look at the public, constantly. But you won’t see him raising his arm in the air, or hear him yell. The man doesn’t even nod his head to the fat beats he serves.

I often get stick for not smiling or showboating but that’s just the way I am

Only exception is the end of his set. Then he makes a small round of applause to the crowd. His arms crossed over his face, looking away, humble, like a football player beside the stands.

“I often get stick for not smiling or showboating with the crowd but that’s just the way I am”, he recently excused himself in an interview. “I am totally focused on trying to think maybe three or four records ahead and working out how to get from one mood into another.”

So Just the music. And the music is good. Smashing good. Diggers is a master in building abstract structures with his tracks and (some) effects. In making dancefloors hungry but not giving them what they want all the time. And when he does give it, he takes it to the max. Check:

https://www.youtube.com/watch?v=k7AxNJ4E5WM

He still is a master spotter, hungry for new sounds. With his radioshow Transitions as primary window. I got to know lots of lovely new dj’s, tracks and sets through the show.

He conserves his immense vinyl collection at his mother’s house. Only a few years ago he swapped his big folders full of hand written cd’s in favour of usb.

In the game for almost 25 years and still relevant and strong as hell. Keep digging deep, John!

Suono Culture Digweed

Suono Culture presents John Digweed. Friday September 16th, Effenaar Eindhoven. Support by Ramon Tapia and Claudio. Check the event-page.

- Advertisement -

Meld je aan voor de nieuwsbrief

en krijg elke week het laatste dancenieuws rechtstreeks in je mailbox!

Je kan je op ieder moment afmelden voor de nieuwsbrief door op de link onderaan de nieuwsbrief te klikken.
We gebruiken Mailchimp als ons e-mailmarketingplatform. Wanneer je op Subscribe drukt ga je er mee akkoord dat je informatie met Mailchimp wordt gedeeld.
Mark van Bergen
Architect en Huisbaas. Schrijft sinds 2002 professioneel over elektronische dansmuziek en de partyscene. Interviewde zo vele groten en kleinen der aarde. Zijn boekdebuut 'Dutch Dance' (2013) werd bekroond met de Pop Media Prijs en kreeg een internationale opvolger (2018). Daarnaast schreef Mark (mee aan) boeken over Extrema, Awakenings en Thunderdome. Hij doceert over de dance-industrie op Fontys ACI.
- Advertisment -

Must Read

DANCE & DRUGS – John van den Heuvel: ‘Legaliseren is geen...

De polarisatie in het Nederlandse drugsdebat is compleet. Op rechtsachter een CDA-minister die minder festivals wil en 'gebruikende' partypeople medeschuldig acht aan drugscriminaliteit. Linksbuiten...