zaterdag, oktober 23, 2021
spot_img
HomeFeaturesDIY nachtcultuur #1: Ivo Schmetz en zijn tips voor de nachtmakers van...

DIY nachtcultuur #1: Ivo Schmetz en zijn tips voor de nachtmakers van de toekomst

-

Succesverhalen zijn er genoeg. Clubs die een iconische status kregen en uitgroeiden tot ijkpunten in de geschiedenis van de housemuziek. The Warehouse in Chicago, Haçienda in Manchester, Tresor in Berlijn. Of, dichter bij huis, de Roxy en iT in Amsterdam, de Gashouder… Maar alles begint met dat ene idee en het lef om het ook echt uit te voeren. Soms tegen de stroom in, altijd met dat ene doel: bezoekers die onvergetelijke ervaring bieden. In de reeks ‘DIY Nachtcultuur’ interviewt This Is Our House in samenwerking met Stichting N8BM Amsterdam mensen die hun stempel op het hoofdstedelijke nachtleven wisten te drukken. Waar liepen zij tegenaan en welke tips willen zij de nachtmakers van de toekomst meegeven? In deel 1: Ivo Schmetz (OT301).

Hij staat aan de basis van een van de meest diverse podia van Amsterdam: de OT301. Tegelijkertijd brengt hij samen met anderen elke twee maanden de gedrukte krant van Amsterdam Alternative uit en strijdt hij intussen met Vrij Beton voor meer vrijplaatsen in de hoofdstad.

Daarnaast runt hij samen met zijn compagnon de multidisciplinaire ontwerpstudio 310k, is hij eigenaar van het label Basserk Records en heeft hij ten slotte óók nog een klein uitgeverijtje.

Ivo Schmetz heeft een belangrijke stempel gedrukt op de Amsterdamse cultuur met zijn enorme passie en liefde.

Hoe het begon: de kraak van het OLVG

- Advertisement -

“Zelf kom ik uit Limburg”, vertelt hij. “Nadat ik in 1997 was afgestudeerd aan de Kunstacademie in Maastricht, wilde ik naar Amsterdam. Ik had daar mijn eerste baan als grafisch video-maker, maar verder niets. Ik kende niemand, had geen netwerk.”

“Maar per toeval ontmoette ik iemand die stage liep bij de VPRO. Die nodigde mij uit voor een etentje, samen met twee anderen. Zij kwamen met het idee om twee vleugels van een nabij gelegen ziekenhuis te kraken. Ik had geen enkele ervaring met kraken, maar besloot mee te doen.”

Dat ziekenhuis was het OLVG, en de kraak was succesvol. Opeens hadden ze 5.000 à 6.000 vierkante meter tot hun beschikking. “Al vrij snel begonnen we van alles te organiseren. In de kelder en de grote hal bouwden we een club waar we te gekke feesten gaven. Het avontuur begon met een man of tien, maar op het einde woonden en werkten er 130, 140 man in het pand en was er bijna elk weekend een feest of een expositie.”

OLVG – Foto Ivo Schmetz

Filmacademie wordt OT301

Na ongeveer anderhalf jaar ontruimde de gemeente het pand. Maar het inmiddels tot stand gekomen collectief wilde de ontstane dynamiek van vrijplaats OLVG het liefste voortzetten.

“Ons oog viel op de oude Filmacademie aan de Overtoom 301, alleen stond deze pas een paar maanden leeg. Kraken was destijds nog legaal, maar een van de wettelijke voorwaarden was dat het minimaal een jaar leeg moest staan. Omdat het pand ideaal was voor ons, hebben we het risico genomen en het pand op 14 november 1999 gewoon gekraakt.”

De OT301 was geboren. “De filmstudio van de academie werd onze concertzaal, de bioscoop op de tweede verdieping bleef een bioscoop, de geluidsstudio een geluidsstudio, en beneden waren twee vrij grote ruimtes die werden ingevuld als veganistische cultuurkeuken en galerie. Alle kleinere ruimtes werden ateliers en/of woonruimte.”

Ivo Schmetz vervolgt: “De gemeente Amsterdam begon in diezelfde tijd met de ontwikkeling van het ‘broedplaatsenbeleid’. Aan de hand van de ideeën van Richard Florida waren zij bezig om te kijken of leegstaande gebouwen tijdelijk konden worden gebruikt als betaalbare atelierruimtes voor kunstenaars en andere ondernemende creatieven. Omdat ze daarnaast zelf nog niet zo goed wisten wat ze met de filmacademie aan moesten, verklaarden zij onze kraak legaal en konden we voorlopig blijven.”

De dag van de kraak – Foto Kate Naylor

Kraakplicht

Na een periode van kraak stelde de gemeente het collectief voor een dilemma: ontruiming of huur gaan betalen. Na veel discussie werd door de grote meerderheid van het collectief besloten om voor huur te gaan. Het pand was te mooi om al op te geven en de huur die de gemeente vroeg was op te brengen.

Ivo vertelt daarover: “Het is altijd lastig om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. We zijn een vereniging en iedere ruimte in het pand heeft één stem. Er is geen voorzitter die de uiteindelijke knoop doorhakt. We moeten het samen doen. Daarbij gaan wij bij voorkeur voor consensus en pas als dat écht niet lukt, dan beslist de meerderheid. Maar dat betekent dat er ook mensen afvallen. Bijvoorbeeld de mensen die geen huurder wilden worden. Daar moet je dan afscheid van nemen.”

Maar dat is niet het enige. “Meer dan de helft van de leden is buitenlands. Dus je hebt ook nog een mengeling van nationaliteiten en culturen.”

Die groepsdynamiek is tegelijkertijd ook het mooiste. “Iedereen doet wat. Je móet lid zijn van een van de commissies binnen het pand. Er is ook altijd wat te doen en altijd wat te bespreken, altijd discussie. Er is nooit een moment geweest dat ‘alles voor elkaar was’. Als je dacht dat je even achterover kon leunen, duurde het nooit lang voordat er weer iets opgelost moest worden.”

Groepsfoto team OT301 – Foto Thomas Manneke

Het heeft hem uiteindelijk heel veel opgeleverd. “Het collectief bezig zijn, het samen beslissen, samen dingen organiseren en het samen oppakken van zaken. Je wordt er handig van en je leert zoveel nieuwe mensen kennen.” Hij pleit zelfs voor een kraakplicht. “Het is niet gek hoor, even leven zonder luxe, en het levert je zó veel op.”

Ruimte om te experimenteren

In 2006 bereikte het collectief van krakers een mijlpaal: ze kochten het pand van de gemeente en waren niet langer afhankelijk van de grillen van het stadsbestuur. Hun strategie wijzigde echter niet. Ze gingen op dezelfde, niet-commerciële voet verder. De OT301 groeide zo uit tot een belangrijk podium waar nieuw talent zich kan laten zien.

En dat is de insteek die ze altijd overeind hebben gehouden. Want dat er ruimte is om te experimenteren vindt Ivo het belangrijkste van alles. “Tegenwoordig is het denken erg conservatief, neo-liberaal. Heel marktgericht. Er is daardoor steeds minder ruimte om iets te proberen, zónder dat je direct een businessplan moet overleggen en zónder dat je je zorgen hoeft te maken of je die huur van meer dan 1.000 euro wel kan betalen én of je je studio of atelier dan nog kunt aanhouden.”

Die ruimte is er wel binnen OT301. En die filosofie vertaalt zich ook naar de Concertzaal. “Omdat wij niet commercieel gedreven zijn, kunnen wij de entreeprijs laag houden. We hoeven daarnaast niet na elke avond te evalueren of de avond wel rendabel was.”

Wel houden ze er rekening mee in de programmering. “Onze weekendprogrammering is iets toegankelijker, iets meer gericht op de dansvloer. Dat stelt ons in staat om doordeweeks experimentelere programma’s neer te zetten. Minder populair, minder mensen, maar wel heel goed. Het is een kwestie van zoeken naar de juiste balans in de programmering.”

Feestje in de Concertzaal van de OT301 – Foto Rene Gesink

Genieten van grote en kleine dingen

In de tussentijd heeft Ivo al heel wat legendarische avonden meegemaakt. Een van de hoogtepunten was de 6 uur durende live-set van Jeff Mills in 2012. Maar er gebeurde méér.

“De fantastische ongedwongen, vrije sfeer van de OT301 werd daarnaast natuurlijk ook opgemerkt door andere bezoekers en de pers in binnen- en buitenland. Meer dan eens werd de OT301 genoemd in de top 5 van meest bijzondere feestjes of meest rauwe clubs. In 2008 won de OT301 zelfs AFK-prijs. Allemaal bevestigingen van de door ons gekozen richting. Niet zaligmakend, maar het is prettig om niet altijd te hoeven vechten voor je bestaan.”

Hij geniet echter ook van de kleinere dingen. “Ik heb regelmatig gedacht: ‘lekker ratjetoe wat er hier binnenloopt’. Op een gegeven moment hadden we in één zaal een hiphop- en in een andere een punkfeest. De bezoekers van de verschillende concerten kwamen samen in de rookruimte en waren heerlijk met elkaar aan het praten. Dat gebeurt vaker in de OT301: veel zalen zijn dan tegelijkertijd open waardoor het publiek lekker door elkaar loopt. Een mooi moment om op ontdekkingstocht te gaan en nieuwe dingen te zien.”

No Age in de Concertzaal – Foto Roel Determeijer

Nooit zenuwachtig

Hoe hebben zij dit bewerkstelligd? “Met de publieke zaken zijn wij klein begonnen, daarná breid je uit door méér en vaker open te zijn. En we hebben de ervaring vanuit het OLVG natuurlijk meegenomen. De publieke functies zorgen voor verbinding met de buurt en de stad. We proberen laagdrempelig te zijn en iedereen welkom te heten door een heel gevarieerd programma. De OT301 is niet voor één specifieke groep maar voor iedereen.”

Een andere succesfactor is de grootte. “We zijn niet groot, maar ook niet klein. We zitten ergens tussen Paradiso en een café met live muziek in.”

Het draagt allemaal bij aan de populariteit van de venue. “Een paar jaar geleden ging het zelfs té goed. Het was zó populair dat we veel minder promotie zijn gaan doen. Maar het gaat voortdurend op en neer. Later moesten we alle zeilen weer bijzetten om volk te trekken.”

Zenuwachtig werd hij er niet van. “Wij zijn niet winstgedreven, dat helpt. En je moet jezelf elke paar jaar opnieuw uitvinden.” Nerveus werd hij ook niet van de coronacrisis. “Dat komt door de wijze waarop OT301 georganiseerd is. Niemand is in dienst en we hebben geen hoge overhead. Ik ben er trots op dat wij heel aardig door die crisis heen komen. We zijn nu druk met voorbereidingen want we gaan hoe dan ook midden oktober open. Dan is ADE en dan hebben we een vol programma.”

Lena Willikens in de Concertzaal – Foto Ivo Schmetz

Aan de beginnende nachtmaker

Voor de nachtmakers van de toekomst heeft hij als tip: “Volg je hart en passie. Doe wat je leuk vindt om te doen. Ga niet mee in de gedachte dat alles wat je doet rendabel moet zijn. Probeer te experimenteren en ga buiten de gebaande paden als je voelt dat dat moet.”

“Maar vooral: houd dingen betaalbaar! Het moet niet zo zijn dat alleen de mensen mét geld toegang hebben tot de leuke dingen, dan sterft het nachtleven uit. En: blijf vooral kraken. Burgerlijke ongehoorzaamheid maakt een stad ‘edgy’, het geeft reuring. Soms móet je risico nemen of móet er wat doorbroken worden.”


DIY Nachtcultuur i.s.m. Stichting N8BM Amsterdam

Deze serie is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Nachtburgemeester Amsterdam (N8BM). Zie haar website voor meer informatie.

TIOH-x-N8BM-DIY
- Advertisement -

Meld je aan voor de nieuwsbrief

en krijg elke week het laatste dancenieuws rechtstreeks in je mailbox!

Je kan je op ieder moment afmelden voor de nieuwsbrief door op de link onderaan de nieuwsbrief te klikken.
We gebruiken Mailchimp als ons e-mailmarketingplatform. Wanneer je op Subscribe drukt ga je er mee akkoord dat je informatie met Mailchimp wordt gedeeld.
Erwin Herkelman
Enthousiast muziekblogger en tranceliefhebber. Bijzonder geïnteresseerd in de historie van de housemuziek. Leest graag boeken en kijkt documentaires. Wil jij dat Erwin verslag komt doen van jouw festival of evenement? Of heb jij nieuwe trance of house releases voorbij zien komen die zeker niet mogen ontbreken in de maandelijkse top-3? Tip dan nu de redactie van This Is Our House.

Alles over ADE 2021

Klik hier en blijf op de hoogte

Gerelateerd

Rock The House #124: Embankment

Als onderdeel van onze podcast-serie maken artiesten een exclusieve mix voor This Is Our House. Terwijl je luistert kun...

Extrema Noir: indrukwekkende line-up voor nieuwjaarsevent

Jeff Mills, Amelie Lens, Len Faki, Adam Beyer en een tiental andere artiesten sieren de line-up van Extrema Noir,...